SAURON

De door zich zelf uitgeroepen Heerser van Midden-aarde en verklaarde Vijand van de Vrije volken; dienaar van Morgoth in de oudste tijden en opperste macht van het Kwaad gedurende 2 opeen volgende Era's; Zwarte Meester van het Land Mordor; oog van de Donkere Toren, Verleider, Verrader en Schaduw van Wanhoop; de Heer van de Ringen van Macht. Een bespreking van Saurons ware aard zou een onderzoek naar de intrinsieke aard van het kwaad zelf vereisen, aangezien hij later (hoewel hij dat niet altijd is geweest) het middelpunt werd van alle hebzucht en verschrikkelijke energie die tijdens de 2 Era's van zijn suprematie in Midden-aarde te vinden waren. Alle kwaad werd tot hem aangetrokken, net zoals hij er zelf de uiteindelijke bron van werd; en hoewel hij uiteindelijk net als Morgoth voor hem, voor altijd in het niets werd geworpen, kon het kwaad dat hij tijdens de lange jaren van zijn overwicht had begaan nooit helemaal te niet worden gedaan. En hij heeft vele opvolgers gehad.

                                                                   

Van oorsprong was hij een van de Ainur, van het ras dat Maiar wordt genoemd; en hij diende de Vala Aulë en leerde grote vaardigheid van hem.Maar in de vroegste tijden gaf hij zijn arbeid  met Aulë de Smid op eb droeg zijn trouw op Melkor over"en toen Melkor voor het eerst kwaad in Arda begon te beramen, lang voor de Elfen in Cuiviénen ontwaakten, was Sauron al zijn bedrevenste, machtige en waardevolle dienaar. Grote diensten verleende hij Melkor. Zijn naam verschijnt voor het eerst in annalen ten tijde van de Dagor Bragollach, toen zijn legers van Orks en weerwolven de toren Minas Tirith op de Tol Sirion, die Finrod had gebouwd veroverden. Hier woonde hij enige tijd, in Tol in Gaurholth, als de Luitenant van Morgoth. Maar lang hiervoor was hij in Midden-aarde als eerste kapitein van Angband op de voorgrond getreden. In de Tijd waarin het werd aangelegd , was dit onderaardse rijk slechts een westelijk bolwerk van Utumno geweest, en Sauron werd over het hoofd gezien en ontkwam aan het lot van gevangenschap. En tegen de tijd van de Bragollach was hij een slechte Heer met grote macht geworden die in de wereld alleen voor Morgoth zelf onderdeed. Sauron was de gene die het einde  van de vogelvrijen van Dorthonion bedacht maar de elfen herinneren hem zich als de doder van Finrod Felagund.

                                                                   

Na lange tijd verontrust door de sterkte van de elfen en de Númenóreanen begon Sauron te zoeken naar een land dat hij kon versterken zoals vroeger Angband, waar hij een nieuw Thangorodrim als een fort van zijn macht kon bouwen. Een dergelijk land lag leeg, naar het zuiden en oosten achter onoverkomelijke bergwanden, en in het midden ervan stond een machtige vulkaan, wiens eeuwenoude vuren de vlakte eromheen met lagen donkere as hadden bedekt. Dit troosteloze land eigende Sauron zich toe, en het werd Mordor, het zwarte land genoemd. Daar bouwde hij zijn Donkere Toren, de Barad-dur, en daar woonde hij de gehele Tweede Era.

 Hoewel Gil-Galad hem al  gelijk door had en niks met hem te maken wou hebben was Celebrimbor van Eregion minder verstandig en sloot een verdrag  met Sauron, krachtens welk ieder de ander van kennis voorzag. Samen begonnen zij de Ringen van Macht te smeden. Op deze manier maakte Sauron uit Mordor zichzelf voor de rest van de Tweede Era oppermachtig. Hij hielp de Elfensmeden bij hun grote taak en wrocht in het geheim de Ene Ring om al de mindere Ringen te regeren. Te laat hadden de elfen het door  en Eregion werd onder de voet gelopen en Celebrimbor gedood. Alleen Gil-Galad hield stand, maar de Númenor kwam te hulp en dreef  Sauron terug. Na lange tijd  sloeg hij terug maar hij onderschatte zijn vijand weer. Zij sloten een bondgenootschap tegen hem en vernietigden zijn legers en sloegen het beleg voor de Donkere Toren zelf. In een laatste gevecht met Gil-Galad en Elendil werd Sauron neergeslagen en zijn Ring werd van hem afgenomen.

                                                                   

Gedurende de eerste duizend jaar van de Derde Era sliep Sauron en de Westlanden werden door hem met rust gelaten. Maar langzaam begon hij opnieuw vorm aan te nemen, hoewel hij in die tijd zwak was om Mordor te heroveren, hetgeen van wezenlijk belang was voor zijn grotere doeleinden, maar dat nauwlettend door de Dúnedain van Gondor werd bewaakt. in plaats  daarvan koos hij het kleinere fort Dol Guldur in het Grote Groenewoud. Daar begon hij zijn plannen opnieuw te smeden. Hij stuurde de Witchking naar het Noordelijke Koninkrijk van de Dúnedain omdat te vernietigen. Toch bleef Sauron zich gedurende het grootste deel van de Derde Era bezighouden met een  politiek van geheimzinnigheid en verborgenheid. Hij hield zich schuil in Dol Guldur de grote plannen beramend, terwijl zijn dienaren het zijn vijanden lastig maakten, en  steeds machtiger werden, terwijl Wijzen bespraken of hij nu al dan niet ontwaakt. Bovenal wilde hij de Regerende Ring herkrijgen. Ten slotte werd hij uit Dol Guldur verdreven voor zijn spionnen de verblijfplaats van de Ring konden ontdekken. Spoedig daarna ging hij openlijk opnieuw naar Mordor. maar deze keer zag de Donkere Vorst ervan af zijn vijanden aan te vallen totdat de Ring binnen zijn bereik zou komen. Maar zijn vijanden die Inderdaad, zoals hij vreesde, de Ring bezaten, maakten hun eigen plannen terwijl hij nog aarzelde en in de laatste slag die tegen hem geleverd werd, werden Saurons legers in het uur van de overwinning verslagen, zijn plannen werden tot niets herleid, zijn dienaren werden vernietigd, de Donkere Toren omvergehaald en de Regerende Ring zelf, de bron van al zijn hoop, werd gesmolten in de Vuren van de Doemberg. Zo eindigde de Derde Era, en zo eindigde de macht van Sauron de Grote. Hij werd voor eeuwig in het Niets geworpen en de angst voor zijn heerschappij werd van de wereld afgenomen

Sauron word in de film gespeeld door Sala Baker