GALADRIEL
'Stralende omkranste (gekroonde) Maagd'. Een van de meest vorstelijke Prinscessen van de Noldor van Tirion; de dochter en het jongste king van Finarfin, zoon van Finwë de koning en zuster van Finrod, Orodeth, Angred en Aegnor. Voor haar eigen redenen, die niets te maken hadden met de diefstal van de Silmarillen, was Galadriel een van de leiders van de opstandige Noldor die tegen het einde van de Eerste Era het Gezegende Rijk verzaakten. Als enige van de kinderen van Finarfin overleefde Galadriel deze noodlottige expeditie. Naderhand kreeg zij berouw en bracht de lange jaren van haar voortdurende verbanning door met de zaak van de vrije volkeren tegen Sauron de Grote dienaar van Morgoth te helpen. Ten tijde van de Oorlog om de Ring, twee volle Era's na haar rebellie en vertrek uit Eldamar, was zij de machtigste van de Eldar die nog in Midden-aarde over waren, en de oudste en bitterste vijand van de Donkere Vorst.
De geschiedenis van Galadriel is verward door een aantal latere bronnen die veel bijzonderheden over haar leven verschaffen die tot op heden onbekend waren, maar een aantalgevallen moeilijk te verzoenen zijn met andere bekende feiten over Galadriels leven. Bijvoorbeeld, veel groter belang is haar toegekend in het verhaal van de opstand van Fëanor dan eerder werd verondersteld er word gezegd dat zij zelfs in Eldamar een bittere vijand van Fëanor was geweest en feitelijk bij Alqualondë tegen hem had gevochte. Haar verlangen om Aman voor Midden-aarde te verlaten werd onafhankelijk geconcipieerd , geenszins met een opstandige bedoeling, en ongelukkigerwijs samenvallend met de veel grotere exodus van de wraakzuchtige Noldor met wie zij verstrikt raakte en zo onder dezelfde ban van verbanning kwam.
Galadriel bracht veel van haar vroege ballingschap met Milian in Dortiath door; en van de Maia leerde zij veel wijsheid. Voor het eind van de Era trouwde zij met haar neef Celeborn van Doriath, een heer van de Grijze Elfen en verwant van Thingol Grijsmantel. Toen de Valar haar verbood naar Aldamar terug te keren, antwoordde Galadriel trots dat zij dat niet wenste te doen. Aan het begin van de Tweede Era reisden zij en Celeborn naar Harlindon, waar zij vele jaren woonden. Enige tijd later gingen zij oostwaarts naar Eregion, een kolonie van Hoog-elfse handwerkslieden gesticht in 750 Tweede Era. Een tijdje woonden zij bij de Elfensmeden van dat land, maar ten slotte trokken zij verder over de nevelbergen naar het oosten, naar Wilderland, waar Celeborn een rijk stichtte onder de Boselfen van Larulindórenan (Lothórien). Het Goudenwoud werd een geheime plaats, verborgen zelfs voor de kennis van de andere Elfen. Terwijl de Macht die daar woonde niet kon worden verborgen, bemerkten weinigen feitelijk zijn ware bron of vermoedden dat een van de machtigen van de Noldor nog in Midden-aarde vertroefde. Ten slotte gingen de lange jaren van verdriet en ballingschap voorbij en als beloning voor al haar werk tegen Sauron, maar vooral wegens haar afwijzing van de Ring toen die binnen haar macht kwam, werd het Galadriel ten slotte toegestaan Midden-aarde te verlaten en opnieuw naar 'het westen over zee' te gaan. Zij ging samen met de andere ringdrager (zij droeg Nenya de ring van wateren) in het laatste jaar van de Derde Era.
Galadriel wordt in de film gespeelt door Cate Blanchett